Als het risico op witwassen of terrorismefinanciering laag is, is een vereenvoudigd cliëntenonderzoek voldoende. Of daarvan sprake is hangt af van de omstandigheden.

Wat zijn groepen cliënten met een lager risico

Voorbeelden van groepen cliënten waarbij sprake kan zijn van een lager risico zijn:

  • Beursgenoteerde ondernemingen die aan bepaalde openbaarmakingsvereisten voldoen.
  • Overheden.
  • Overheidsbedrijven.

Wat moet u doen?

Ook bij een vereenvoudigd cliëntenonderzoek moet u gegevens verzamelen en vastleggen. U moet kunnen uitleggen waarom u het risico als laag beoordeelt.

U moet in ieder geval:

  • De identiteit van de cliënt vaststellen, controleren en vastleggen.
  • Het doel en de aard van de zakelijke relatie vaststellen en vastleggen.

Als het risico wijzigt of toeneemt dan moet u beoordelen of verscherpt cliëntenonderzoek nodig is.

Om te bepalen of sprake is van een laag risico, moet u in ieder geval rekening houden met de risicofactoren die genoemd staan in bijlage II bij de vierde anti-witwasrichtlijn.

U vindt deze risicofactoren in hoofdstuk 5.3 van de algemene leidraad Wwft. We lichten de risicofactoren ook toe in hoofdstuk 5.2 van de leidraden voor de verschillende beroepsgroepen.